What’s Next?

31 mei 2013

Ook musea kunnen er niet omheen: de wereld om ons heen speelt zich meer en meer af online. Op 13 en 14 mei togen wij, als afgevaardigden van de afdeling Publiek, naar de internationale Museum Next conferentie in Amsterdam. Want inderdaad: what’s next?

Naast het maken van bijzondere tentoonstellingen wordt in musea wereldwijd op allerlei verschillende manieren geprobeerd de collectie en de achterliggende verhalen onder de aandacht te brengen. Eén van de sprekers op de conferentie was Peter Gorgels: internetmanager bij het Rijksmuseum. Vlak voor de heropening van het museumgebouw lanceerden zij niet alleen een fenomenale collectiewebsite, maar ook de Rijksstudio waar je naar hartenlust kunt knippen, plakken, categoriseren, liken en sharen. Nagenoeg alle objecten uit de Rijksmuseumcollectie zijn op hoge resolutie te downloaden: een unicum. Iedereen wordt bovendien uitgenodigd om de kunstwerken te hergebruiken als placemat, tatoeage of telefoonhoes. Al na enkele weken waren 20.000 mensen aan de slag gegaan met Rijksstudio. De webdesigners van Fabrique en de afdeling Internetmanagement van het Rijksmuseum zijn dan ook overladen met prijzen.

421118953236bd19d985b2c1b6ebd302 bd596280b243c89a819757e7ddbaa3d489e4db08_260208_510_285_1 rijksmuseum_1_460px

Ook Museum De Lakenhal werkt aan het verbeteren van haar digitale alter-ego. Uiteraard heeft het museum een eigen website en kan iedereen de collectie online doorzoeken op de collectiesite. We werken eraan om deze twee te optimaliseren zodat de collectie onder de aandacht van een zo groot mogelijk publiek gebracht kan worden. Inspirerende voorbeelden zoals die voorbij kwamen op Museum Next, maar ook in het dagelijks contact met collega-musea, houden ons ondertussen scherp. Uiteraard hoeft niet ieder museum zijn digitale strategie zo bombastisch aan te pakken als de collega’s in Amsterdam, maar van de waardering die het Rijksstudio-project heeft opgeleverd kunnen we allemaal veel leren.

Bijvoorbeeld:

  1. Content = key: musea en collecties blijven ook in deze tijd voedingsbodem voor inspiratie en plezier.
  2. Houd online trends goed in de gaten. Bestaande succesformules als Pinterest kunnen aan de basis staan van een hoogwaardig en populair nieuwe product.
  3. Durf oude normen los te laten en zorg ervoor dat de hele staf van het museum deze stap steunt.

Een veelgehoord kritiekpunt, bijvoorbeeld toen in 2011 het Google Art Project  van start ging, is dat het online ontsluiten van collecties zorgt voor een vernietiging van het ‘aura’ van een collectiestuk. Mensen zouden  na het zien van de online afbeelding niet meer de behoefte hebben het object 1-op-1 in een museum te gaan ervaren. Vooralsnog duiden de bezoekersaantallen van het nieuwe Rijksmuseum er gelukkig echter op dat de kunstliefhebber niet simpelweg genoegen neemt met de online variant van zijn lievelingswerk.

En wat vindt u? Wat voegen digitale projecten toe aan het museumwezen? Reageer via onze collectiesite of door een e-mail te sturen naar pr@lakenhal.nl

Milou van Oene, medewerker Communicatie | Publiciteit 

Van Gogh in Google Art Project

Van Gogh in Google Art Project

Moeders zijn van alle tijden

10 mei 2013

Zondag is het Moederdag. In Museum De Lakenhal krijgen moeders op deze speciale 12de mei gratis toegang tot het museum. Als dat geen mooi cadeau is! Het museum is geopend van 12 tot 17 uur. Kijk voor meer informatie op www.lakenhal.nl

In de erezaal van het museum hangen verschillende werken waarop één van de belangrijkste moeders uit de (kunst)geschiedenis te zien is: Maria, de moeder van Jezus. Kijkt u even mee? Voor nog meer moeders uit de collectie, zie onze Pinterest pagina.

Cornelis Engebrechtsz. en werkplaats, detail uit: De Kruisdraging (ca. 1468-1529) Collectie Museum De Lakenhal

Cornelis Engebrechtsz. en werkplaats, detail uit: De Kruisdraging (ca. 1468-1529) Collectie Museum De Lakenhal

Aertgen van Leyden, detail uit: Het Laatste Oordeel (ca. 1535)  Collectie Museum De Lakenhal

Aertgen van Leyden, detail uit: Het Laatste Oordeel (ca. 1535) Collectie Museum De Lakenhal

Anoniem | Noord-Nederlandse meester, detail uit: Christus aan het kruis (ca. 1520) Collectie Museum De Lakenhal

Anoniem | Noord-Nederlandse meester, detail uit: Christus aan het kruis (ca. 1520) Collectie Museum De Lakenhal

Cornelis Engebrechtsz., detail uit: De bewening van Christus (1508-10) Collectie Museum De Lakenhal

Cornelis Engebrechtsz., detail uit: De bewening van Christus (1508-10) Collectie Museum De Lakenhal

Cornelis Engebrechtsz., detail uit: De Kruisiging met heiligen (ca. 1505-10) Bruikleen Rijksmuseum Amsterdam

Cornelis Engebrechtsz., detail uit: De Kruisiging met heiligen (ca. 1505-10) Bruikleen Rijksmuseum Amsterdam

Cornelis Engebrechtsz., detail uit: De Kruisiging van Christus (ca. 1515-17) Collectie Museum De Lakenhal

Cornelis Engebrechtsz., detail uit: De Kruisiging van Christus (ca. 1515-17) Collectie Museum De Lakenhal

De ‘Leidse sarcofaag’

5 april 2013

In de collectie van Museum De Lakenhal bevinden zich de meest uiteenlopende kunstwerken en objecten, bijna allemaal met een directe link naar Leiden. Leidenaren zijn erg betrokken bij hun stad en de bijbehorende roemruchte geschiedenis. Gezien Museum De Lakenhal hét Leidse museum voor kunst, kunstnijverheid én geschiedenis is, worden van tijd tot tijd niet alleen kunstwerken, maar ook bijzondere bodemvondsten aan het museum geschonken. Zo ook dit 7de-eeuwse fragment van een sarcofaagdeksel. Een bijzonder geval, want christelijke sarcofagen komen in de 7de eeuw  nog helemaal niet voor in deze toen nog ongekerstende contreien.

De 'Leidse sarcofaag'

De ‘Leidse sarcofaag’

In 1983 wordt door studenten die aan het Rapenburg nummer 50 wonen een flink stuk steen gevonden. Het gevaarte weegt 300 kilo en blijkt na een diepgaand onderzoek onder eerdere bewoners al sinds het begin van de 20ste eeuw achter de klimop te staan. Omdat de bewerkte kant al die tijd naar de muur gericht was, had niemand de steen op waarde geschat. Tot die bewuste septemberdag in 1983 dus. De kruisvormige decoraties duiden op een bijzondere vondst: een gedeelte van een sarcofaagdeksel, vermoedelijk uit de Merovingisch-Karolingische periode (ca. 750-1000). In Nederland is niet eerder een soortgelijke vondst gemeld. Het is één van de oudste voorwerpen van na de Romeinse tijd ooit in Leiden aangetroffen. De Stichting Studentenhuisvesting te Leiden, de rechtmatige eigenaar van de vondst, besluit de eeuwenoude steen in 1985 te schenken aan Museum De Lakenhal.

In de 7de eeuw bestond hier nog geen christelijke begrafenistraditie. Het fragment is echter onomstotelijk onderdeel van een sarcofaag en moet dus op een later tijdstip en in een andere hoedanigheid in Leiden terecht gekomen zijn. Het meest voor de hand ligt dat het fragment in later tijd als rariteit naar Leiden is gebracht, waarschijnlijk al in de 10de-11de eeuw.

Vergelijkbaar item in collectie Salvatorkerk Utrecht

Fragment sarcofaagdeksel, 7de eeuw. Collectie Museum De lakenhal.2jpg

Schematische tekening van het fragment van de Leidse sarcofaag.

Een middag rondom Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in Museum De Lakenhal

15 maart 2013

Zondag aanstaande, 17 maart 2013, is het precies 150 jaar geleden dat het “Leids Adres” naar de koning gestuurd werd. Fabriekseigenaren in Leiden besluiten zich in 1863 te verenigen tegen kinderarbeid. In Museum De Lakenhal wordt de herdenking van deze eerste uiting van maatschappelijk verantwoord ondernemen aangegrepen om het belang daarvan anno nu te onderstrepen. Met bijdragen van o.a. minister Lodewijk Asscher, Niek-Jan van Kesteren (VOC-NCW), oud-FNV voorzitter Lodewijk de Waal en oud-Randstadbestuurder Fred van Haasteren.

Leids Adres - kinderen

Fabriekskinderen
Halverwege de 19de eeuw draaien de lakenfabrieken in Leiden nog op volle toeren. Na een bezoek aan de fabrieken schrijft J.J. Cremer uit ontzetting over wat hij daar ziet de novelle Fabriekskinderen. In het Haagse Diligentia draagt hij hieruit op 7 maart 1863 voor: “En niemand ziet er het klamme zweet daar parelen op het dof gezigtje; en niemand hoort er – neen! niemand hoort er, na zes uren strijds, dat laatste, dat allerlaatste zacht pijnlijke snikje, het snikje dat klinkt als een dankbaar zoetvloeijend….. verlost! En daar buiten, daar buldert de stormwind als met dondrenden weêrklank: Vermoord! vermoord!”

Leids Adres
Cremer roept de gewone burger, de politici, fabrikanten, koning en alle ouders op om zich te verzetten tegen de gang van zaken. Van historisch belang is echter vooral de reactie van Leidse fabrikanten. Zij wenden zich in het zogenaamd Leids Adres massaal tot de koning met het verzoek om werktijden en onderwijs voor kinderen wettelijk te regelen. Om niet het onderspit te delven ten opzichte van minder barmhartige concurrenten, moesten zij zich verenigen: een unicum voor die tijd. Op 17 maart 1863, 10 dagen na de rede van Cremer, staan meer dan 30 handtekeningen onder het Adres. Op zondagmiddag 17 maart 2013 is dat precies 150 jaar geleden.

Hoewel het kinderwetje van Van Houten pas in 1874 aangenomen wordt en kinderen onder de twaalf jaar eindelijk officieel niet meer hoeven te werken, is het Leids Adres uiterst opmerkelijk. Een pleidooi voor overheidsinterventie past bepaald niet in de toenmalige tijdgeest; zeker niet gezien het pleidooi van de ondernemerszijde kwam. Om alle fabriekseigenaren mee te laten doen en zo de concurrentiepositie op dit gebied  veilig te stellen, werd de hulp van de Koning ingeroepen.

Kinderen aan een spinmachine in een Leidse wolfabriek, ca, 1870.

Kinderen aan een spinmachine in een Leidse wolfabriek, ca, 1870 (RAL).

weverij_zaalberg

Jongen met mand met klossen wol in de weverij van Zaalberg, Leiden ca. 1900 (RAL).

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen anno nu
Het historische Leids Adres staat model voor het optreden van ondernemers en later ook werknemersorganisaties in het sociaal overleg in Nederland. In 150 jaar is er in sociaal opzicht enorme vooruitgang geboekt. Museum De Lakenhal wil de bewustwording bevorderen over hetgeen de historische lakenindustrie, zo innig verbonden met het museumgebouw, en dus ook de Leidse ondernemers, voor de Nederlandse samenleving hebben betekend. Het Leids Adres in Museum De Lakenhal wordt mede mogelijk gemaakt door het Lucas van Leyden Mecenaat, Business Club Leiden en de Leidse Regiokring.

 

Leidse Regio Kring

 

 

 

business club leiden

 

 

steun_mecenaat

WERELDSCHATTEN! Het achtste wereldwonder in aanbouw.

25 februari 2013


Op 9 maart opent de tentoonstelling ”WERELDSCHATTEN! Van Cicero tot Erwin Olaf. Ontdek de Bijzondere Collecties van de Universiteit Leiden.”
 Geniet u mee van de voorbereidingen?

De Bijzondere Collecties van de universitaire bibliotheken Leiden omvatten ontelbare topstukken. Een overzicht van de absolute hoogtepunten is vanaf volgende week te zien in Museum De Lakenhal. Een greep uit het assortiment: de 9de-eeuwse codex Arateakaarten van Blaeu, tekeningen van grootmeesters als Rembrandt en Goltzius en foto’s van Richard Avedon, Robert Capa en Erwin Olaf . Maar ook: Chinees drukwerk met keizerlijke zegels uit de 14de-eeuwse Yuan dynastie, dichtbundels uit 16e-eews Perzië, een Japans traktaat over walvissen en een plattegrond van het kasteel van de shogun te Edo.

Intensieve samenwerking
Museum De Lakenhal heeft als ambitie de geschiedenis, kunst en kunstnijverheid van de stad Leiden zo goed en aansprekend mogelijk te tonen in het museum en daarbuiten, in synergie met de stad. De Leidse universiteit is al sinds 1575 een belangrijke bepalende factor in de ontwikkeling en de identiteit van Leiden. De  tentoonstelling Wereldschatten! vormt het begin van een intensievere samenwerking tussen Museum De Lakenhal en de universitaire bibliotheken Leiden.

DSC00588 DSC00594 DSC00598 DSC00603

Update 1 maart:

Op zaal verschijnen steeds meer Wereldschatten uit alle windstreken. Vanaf 9 maart kunt u de tentoonstelling in volle glorie komen bewonderen. U komt toch ook?

DSC00608 DSC00611 DSC00613 DSC00614

Een wens gaat in vervulling

18 februari 2013

Audiotours. Bijna ieder museum heeft ze. Niet alleen in het Nederlands, maar als het even kan ook in het Engels, Duits, Frans en soms zelfs Japans. Het is een beproefde formule om informatie over de collectie en wisselende tentoonstellingen op een toegankelijke manier te ontsluiten voor het publiek. Museum De Lakenhal had nog geen audiotour over de eigen vaste collectie, maar binnenkort gaat deze langgekoesterde wens dan eindelijk in vervulling!

Audiotour in actie tijdens tentoonstelling PARELEN in Museum De Lakenhal (2012)

Audiotour in actie tijdens tentoonstelling PARELEN
in Museum De Lakenhal (2012)

Eigenlijk vinden we alles uit de collectie interessant genoeg om over te vertellen, maar er moesten keuzes gemaakt worden. In het zogenaamde collectieplan zijn onlangs de 25 min of meer onbetwiste topstukken aangewezen. Deze 25 krijgen allemaal hun eigen audiotournummer. Omdat de verzamelgebieden van Museum De Lakenhal zo enorm breed uitwaaieren, doet het scala aan topstukken dat ook. Van Middeleeuwse altaarstukken van Lucas van Leyden en Cornelis Engebrechtsz., via de sprookjesachtige zilveren bokaal van de Winterkoningin en de Leidse hutspotpan tot het laatste grote schilderij van Jan Wolkers en het modern/historische fotowerk van Erwin Olaf over het Leids Beleg en Ontzet.

Audiotour in actie tijdens tentoonstelling PARELEN in Museum De Lakenhal (2012)

Audiotour in actie tijdens tentoonstelling PARELEN
in Museum De Lakenhal (2012)

Er is meestal enorm veel achtergrondinformatie beschikbaar over een enkel object: hoe is het in de collectie terechtgekomen? Wat vertelt het kunstwerk over de geschiedenis van zijn ontstaansperiode? Wat betekenen bepaalde symbolen? Zijn er andere objecten in het depot die meer vertellen over het onderwerp? En ga zo maar door. Voer voor geïnteresseerde museumbezoekers! Nog heel even wachten en dan is het zover. De uitgiftebalie in de hal staat al helemaal klaar. De tour wordt gemaakt i.s.m. de specialisten van Imagineear en uiteraard houden we u op de hoogte van de vorderingen.

EEN NIEUWE HUISSTIJL VOOR MUSEUM DE LAKENHAL

2 februari 2013

Fluor gecombineerd met edelmetaal: de kleuren van de splinternieuwe huisstijl van Museum De Lakenhal verraden zowel een frisse blik als een klassiek randje. De lancering van de nieuwe huisstijl, ontworpen door Robin Stam, markeert het begin van de transformatie die het museum in de aankomende jaren zal ondergaan. Tussen 2014 en 2017 ondergaat Museum De Lakenhal namelijk een periode van grootscheepse restauratie en uitbreiding. 

loodje goud

LAKENLOODJE
Uitgangspunt voor de huisstijl vormt het historische lakenloodje. Het refereert aan de geschiedenis van de stad Leiden in het algemeen en het monumentale gebouw van het museum in het bijzonder. Leiden was het centrum van de bruisende wolnijverheid en (inter)nationale lakenhandel. In de Laecken-Halle, in 1640 ontworpen door Arent van ’s-Gravesande, werd voordat het in 1874 een museum werd lange tijd het wereldberoemde Leidse Laken gekeurd. Na controle werd uitsluitend aan het beste laken een keurmerk bevestigd: het ‘lakenloodje’. Dit keurmerk is het uitgangspunt geworden voor de nieuwe huisstijl van Museum De Lakenhal. Elke uiting van het museum krijgt weer een loodje, voorzien van een toepasselijk symbool. Alle medewerkers van het museum mochten hierover meedenken. Het totaalpakket van de huisstijl, met een eigen lettertype, woordbeeld en de loodjes, is zo een werkset geworden waar we allemaal graag mee aan de slag gaan! Bekijk hier het online flipboekje met de volledige presentatie.

loodjes

ROBIN STAM
De Nederlandse grafisch ontwerper Robin Stam (1981) ontwikkelde eerder beeldmerken en diverse uitingen voor o.a. het Nationaal Historisch Museum, Buma Cultuur, Uitgeverij Boom, het Zeeuws Museum en het Zuiderzee Museum.

Robin Stam

Aan de orde van de dag..

25 januari 2013

Iedere dag worden we overspoeld door nieuwsfoto’s. Via de online of papieren krant, via twitterlinks en facebookposts of op televisie ervaren we dat de wereld feitelijk onze achtertuin is. Conflicten in Mali, de inauguratiespeech van president Obama, New Year’s Eve in Sydney, Toronto of Berlijn en dat allemaal min of meer live. Zodra je één dag verzuimt om updates te lezen, loop je genadeloos achter. Zo niet in de 17de eeuw.

Willem van de Velde de Oude tekende Het uitzeilen van de Hollandse vloot van de Vlieree op 9 juni 1645. Het kost niet veel moeite om de Leidse meester-schilder te zien zitten aan de kust van Vlieland, de situatie voor hem overziend. Rechts zeilt het admiraalschip De Brederode onder bevel van Witte de With, voorafgegaan door drie schepen, waaronder het vice-admiraalschip Het Huis van Nassau dat voer onder Joris van Cats. Daarachter, in de verte, ligt Terschelling met zijn kenmerkende Brandaris. Op de voorgrond rechts zwemt een groep bruinvissen. We zien hun donkere lijven door de branding duikelen. De mensfiguren op en rond de schepen tenslotte zijn uitzonderlijk gedetailleerd: vrouwen, kinderen en mannen van allerlei pluimage, tot hun knieën in het water, soms een persoon op hun rug. Vanaf het strand worden de schepen bevoorraad. Het is een drukte van belang.

Willem van de Velde, Het uitzeilen van de Hollandse vloot van de Vlieree op 9 juni 1645. Collectie Museum De Lakenhal

Willem van de Velde, Het uitzeilen van de Hollandse vloot van de Vlieree op 9 juni 1645. Collectie Museum De Lakenhal

DSC00550

 

DSC00552

Van de Velde werkte de tekening in zijn atelier uit met Oost-Indische inkt op paneel tot het kunstwerk dat nu in Museum De Lakenhal hangt. Daar had hij flink wat tijd voor nodig, waarschijnlijk zelfs meerdere jaren. Hij zal de scène tijdens het uitwerkproces ongetwijfeld wat opgepoetst hebben. De schepen zijn in opperste staat van paraatheid en hebben de meeste ruimte op het paneel gekregen. Je ziet dat de kunstenaar ervan genoot om ze tot in detail weer te geven. Zijn fascinatie spreekt ook uit andere kunstwerken van zijn hand die eenzelfde thema hebben.

Het uitzeilen van de vloot op Vlieland was eerder een interessante casus voor een kunstwerk dan een belangrijk nieuwsfeit. Toch geeft Van de Velde ons via zijn kunstwerk een kijkje in een enerverende gebeurtenis uit de Gouden Eeuw. Op die bewuste 9 juni in 1645 voer volgens de documenten van de VOC namelijk daadwerkelijk een vloot van 47 oorlogsschepen uit ter begeleiding van ongeveer 300 koopvaardijschepen, op weg naar de Sont in Denemarken.

Fotograaf Eddy van Wessel won deze week de Zilveren Camera met zijn fotoserie over Syrië. Hij reisde op eigen initiatief af naar het in burgeroorlog verkerende land om daar alle onooglijke kanten van het conflict op de gevoelige plaat vast te leggen. Zo overtuigt hij ons, veilig achter onze kranten, smartphones en tablets, van de noodzaak om te weten wat er gaande is aan de andere kant van de wereld. Nu is het nog wachten op het moment waarop die verworvenheid de mensheid tot een betere soort heeft gemaakt.

Foto: Eddy van Wessel

Foto: Eddy van Wessel

Wie maakt de mooiste choreografie?

10 januari 2013

Dansen bij de tentoonstelling PARELEN in kunst, natuur & dans

Geen gewone schoolleerlingen, maar dansschoolleerlingen uit Leiden en omgeving werden dit keer gevraagd om naar Museum De Lakenhal te komen. Zij kregen de opdracht een eigen choreografie te maken, geïnspireerd op de bijzondere tentoonstelling PARELEN in kunst, natuur & dans die nog te zien is t/m 13 januari.

Giselle

Na een inspiratiemiddag in het museum zijn Dansstudio Sonja, DanceFlow dansstudio, de Leidse Ballet en Theaterschool, Kreatief Danscentrum, Brede School de Arcade en Giselle Balletstudio aan de slag gegaan met het schrijven van een choreografie.  De winnende inzending wordt beloond met een workshop door choreograaf én gastcurator van PARELEN  Karin Post. Samen met Heather Ware, danseres bij Leine|Roebana, en projectleider van de tentoonstelling Elisabeth Stoutjesdijk neemt zij ook de jurering voor haar rekening.

Wie heeft zich het meest inspirerend laten leiden door PARELEN? De winnaar wordt zo snel mogelijk bekend gemaakt, maar u kunt hier alvast genieten van de zes inzendingen.

PARELEN (2)

Help, het ambacht verdwijnt!

4 januari 2013


Eens in de zoveel tijd klinkt er in de media een
gealarmeerde roep om ‘de oude ambachten’ te beschermen. Klompenmakers en speculaasplanksnijders: ze horen bij het cultureel erfgoed van Nederland. Echter, leerlingen vinden die deze vakken voor de toekomst veilig willen stellen is geen gemakkelijke opgave. Webdesigner of communicatiewetenschapper klinkt voor veel studiekiezers toch interessanter. Maar is bezorgdheid wel op zijn plaats? Het ambacht is springlevend! En als de kennis om een Goudse kleipijp te maken dan toch verdwijnt, kan het museum dan op zijn minst de herinnering aan het roken ervan bewaren?

Arts & Crafts

In de 19de eeuw vond een opleving in de waardering van het ambacht plaats. William Morris (1834-1896), John Ruskin (1819-1900) en Frank Lloyd Wright (1867-1959) grepen de sociale misstanden in de fabrieken aan om machinaal vervaardigde producten te verketteren. Onder de naam Arts & Crafts Movement stonden zij een samenleving voor waarin de kunst en het ambacht gewaardeerd zouden worden om de inspanning die de maker levert ten behoeve van een mooi effect. De omgeving van de mens moest vooral niet gedomineerd worden door de machine, die er juist was gekomen om het werk van de mens te vergemakkelijken en daardoor de kunsten in gevaar bracht. Een wereld zonder zichtbare menselijke hand is een onleefbare wereld, zo vonden de aanhangers van de Arts & Crafts Movement.

Behang met artisjokplant.  Ontwerp: John Henry Dearle voor Morris & Co (ca. 1897). Collectie Victoria & Albert Museum, London.

Behang met artisjokplant. Ontwerp: John Henry Dearle voor Morris & Co (ca. 1897). Collectie Victoria & Albert Museum, London.

Paradox

Nostalgie naar een vervlogen wereld is ook de moderne mens niet vreemd. We vinden ons gevangen in een vreemde paradox: enerzijds gaan we met liefde op in het snelle leven van twitter, what’s app en interactieve schermen, maar anderzijds is ouderwetse ambachtelijkheid ongekend populair. Denk maar aan de (wild)brei-hausse die sinds een paar jaar aan de gang is, de populariteit van recepten uit grootmoederstijd of de explosieve groei van ambachtelijke (thuis)bakkers en balkonboeren. We willen weer voelen wat het is om het productieproces zelf in de hand te hebben, in plaats van identiteitsloze producten aan te schaffen in de supermarkt of het warenhuis.

knitting_04

Ambacht is in

Trendgoeroe Lidewij Edelkoort voorspelde het ons al: handmade is één van haar kernwoorden in het uiteenzetten van de trends die onze nabije toekomst gaan bepalen. De Vakschool in Schoonhoven speelt met hun wervingscampagne handig in op die profetie. Klokkenmaker of glazenier worden is hip. Maar waar leer je nog kleipijpen maken? Of klompen snijden?

Je wilt ambachtelijk bezig zijn?

Je wilt ambachtelijk bezig zijn?

Decoratie en hobbyhandwerk

Hoewel de populariteit van het ambacht onomstreden is, blijven de moderne pogingen veelal bij decoratie. Hobbyhandwerk om onszelf een goed gevoel te geven. We breien in bomen, pimpen onze fiets of schoenen en bakken soms een biologisch brood. Daar is niets mis mee, maar het is niet genoeg om de ondergang van kennis over zeer specialistische oude ambachten af te wenden. Zeker de ambachten waar geen opleidingsinstituut voor is en die van leermeester op leerling overgedragen moeten worden. De vrees van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed is dus enigszins terecht.

Is dit kunst of kan het weg?

Maar moet die wegvloeiende kennis via een kostbaar offensief beschermd worden? Moeten we niet gewoon accepteren dat in onbruik geraakte cultuur stilletjes van het toneel verdwijnt? Het Fonds voor Cultuurparticipatie vindt van niet en stelt voor komend jaar 800.000 euro beschikbaar om onder meer bedreigde ambachten in leven te houden. Zodra er een lange termijnplan ontwikkeld is, moeten zelfs honderden tradities, rituelen en ambachten op de erfgoedlijst terechtkomen. Welke rol spelen musea hierin? Zij zijn immers ervaringsdeskundige wanneer het aankomt op de selectie van erfgoed: is dit kunst, of kan het weg?

Houd de herinnering aan het ambacht levend

Misschien is het niet zozeer noodzakelijk om een oud ambacht zelf levend houden, als wel om de herinnering eraan in ere te houden. De lakennijverheid, waardoor Leiden in de Gouden Eeuw de tweede stad van Nederland werd en waaraan Museum De Lakenhal zijn gebouw te danken heeft, is mede sinds de sluiting van de laatste fabriek zo’n 35 jaar geleden ook een bedreigd ambacht geworden. Het museum vraagt vanaf 2013 aandacht voor de lakenindustrie via het project Hoe het laken uit Leiden verdween. Onder de deken van het moderne Leiden ligt namelijk nog altijd het verhaal van vier eeuwen textielindustrie. Stadsbewoners zitten vol verhalen en aan vele gebouwen valt de geschiedenis nog af te lezen. Met een subsidie van het SNS REAAL fonds zullen deze verhalen nu opgespoord en met een digitale applicatie gebundeld ontsloten worden. Stel je voor: je loopt door het historische hart van Leiden, voorbij de voormalige dekenfabriek Scheltema, en ineens verschijnt een melding op je telefoon. Als een leidraad slingert zich straks een bijna vergeten geschiedenis door de stad, in afwachting van een luisteraar. We houden je uiteraard op de hoogte van de ontwikkelingen.

SNS_logo_stapel_BL_WEB