Eens in de zoveel tijd klinkt er in de media een gealarmeerde roep om ‘de oude ambachten’ te beschermen. Klompenmakers en speculaasplanksnijders: ze horen bij het cultureel erfgoed van Nederland. Echter, leerlingen vinden die deze vakken voor de toekomst veilig willen stellen is geen gemakkelijke opgave. Webdesigner of communicatiewetenschapper klinkt voor veel studiekiezers toch interessanter. Maar is bezorgdheid wel op zijn plaats? Het ambacht is springlevend! En als de kennis om een Goudse kleipijp te maken dan toch verdwijnt, kan het museum dan op zijn minst de herinnering aan het roken ervan bewaren?
Arts & Crafts
In de 19de eeuw vond een opleving in de waardering van het ambacht plaats. William Morris (1834-1896), John Ruskin (1819-1900) en Frank Lloyd Wright (1867-1959) grepen de sociale misstanden in de fabrieken aan om machinaal vervaardigde producten te verketteren. Onder de naam Arts & Crafts Movement stonden zij een samenleving voor waarin de kunst en het ambacht gewaardeerd zouden worden om de inspanning die de maker levert ten behoeve van een mooi effect. De omgeving van de mens moest vooral niet gedomineerd worden door de machine, die er juist was gekomen om het werk van de mens te vergemakkelijken en daardoor de kunsten in gevaar bracht. Een wereld zonder zichtbare menselijke hand is een onleefbare wereld, zo vonden de aanhangers van de Arts & Crafts Movement.

Behang met artisjokplant. Ontwerp: John Henry Dearle voor Morris & Co (ca. 1897). Collectie Victoria & Albert Museum, London.
Paradox
Nostalgie naar een vervlogen wereld is ook de moderne mens niet vreemd. We vinden ons gevangen in een vreemde paradox: enerzijds gaan we met liefde op in het snelle leven van twitter, what’s app en interactieve schermen, maar anderzijds is ouderwetse ambachtelijkheid ongekend populair. Denk maar aan de (wild)brei-hausse die sinds een paar jaar aan de gang is, de populariteit van recepten uit grootmoederstijd of de explosieve groei van ambachtelijke (thuis)bakkers en balkonboeren. We willen weer voelen wat het is om het productieproces zelf in de hand te hebben, in plaats van identiteitsloze producten aan te schaffen in de supermarkt of het warenhuis.
Ambacht is in
Trendgoeroe Lidewij Edelkoort voorspelde het ons al: handmade is één van haar kernwoorden in het uiteenzetten van de trends die onze nabije toekomst gaan bepalen. De Vakschool in Schoonhoven speelt met hun wervingscampagne handig in op die profetie. Klokkenmaker of glazenier worden is hip. Maar waar leer je nog kleipijpen maken? Of klompen snijden?
Decoratie en hobbyhandwerk
Hoewel de populariteit van het ambacht onomstreden is, blijven de moderne pogingen veelal bij decoratie. Hobbyhandwerk om onszelf een goed gevoel te geven. We breien in bomen, pimpen onze fiets of schoenen en bakken soms een biologisch brood. Daar is niets mis mee, maar het is niet genoeg om de ondergang van kennis over zeer specialistische oude ambachten af te wenden. Zeker de ambachten waar geen opleidingsinstituut voor is en die van leermeester op leerling overgedragen moeten worden. De vrees van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed is dus enigszins terecht.
Is dit kunst of kan het weg?
Maar moet die wegvloeiende kennis via een kostbaar offensief beschermd worden? Moeten we niet gewoon accepteren dat in onbruik geraakte cultuur stilletjes van het toneel verdwijnt? Het Fonds voor Cultuurparticipatie vindt van niet en stelt voor komend jaar 800.000 euro beschikbaar om onder meer bedreigde ambachten in leven te houden. Zodra er een lange termijnplan ontwikkeld is, moeten zelfs honderden tradities, rituelen en ambachten op de erfgoedlijst terechtkomen. Welke rol spelen musea hierin? Zij zijn immers ervaringsdeskundige wanneer het aankomt op de selectie van erfgoed: is dit kunst, of kan het weg?
Houd de herinnering aan het ambacht levend
Misschien is het niet zozeer noodzakelijk om een oud ambacht zelf levend houden, als wel om de herinnering eraan in ere te houden. De lakennijverheid, waardoor Leiden in de Gouden Eeuw de tweede stad van Nederland werd en waaraan Museum De Lakenhal zijn gebouw te danken heeft, is mede sinds de sluiting van de laatste fabriek zo’n 35 jaar geleden ook een bedreigd ambacht geworden. Het museum vraagt vanaf 2013 aandacht voor de lakenindustrie via het project Hoe het laken uit Leiden verdween. Onder de deken van het moderne Leiden ligt namelijk nog altijd het verhaal van vier eeuwen textielindustrie. Stadsbewoners zitten vol verhalen en aan vele gebouwen valt de geschiedenis nog af te lezen. Met een subsidie van het SNS REAAL fonds zullen deze verhalen nu opgespoord en met een digitale applicatie gebundeld ontsloten worden. Stel je voor: je loopt door het historische hart van Leiden, voorbij de voormalige dekenfabriek Scheltema, en ineens verschijnt een melding op je telefoon. Als een leidraad slingert zich straks een bijna vergeten geschiedenis door de stad, in afwachting van een luisteraar. We houden je uiteraard op de hoogte van de ontwikkelingen.





