Geschiedenis van De Lakenhal

Het Stedelijk Museum De Lakenhal is gevestigd in een prachtig historisch gebouw uit 1640, ontworpen door Arent van 's Gravesande. De Lakenhal werd in 1874 als museum voor het publiek opengesteld. Tussen 1640 en 1800 had het gebouw echter een geheel andere functie.
Hier werd het beroemde Leidse laken gekeurd en kwamen de gouverneurs en staalmeesters van de lakennijverheid bijeen. Herinneringen aan de voor Leiden zo belangrijke textielnijverheid zijn te vinden in de historische collectie. De verschillende stadia van de wolproduktie staan afgebeeld op de monumentale reeks schilderijen van Isaac van Swanenburgh uit de 16de eeuw. Een weefgetouw, stalenboeken, scharen, stempels en dergelijke voorwerpen vullen dit unieke beeldverhaal aan. Daarnaast wordt de historie van Leiden in beeld gebracht, zoals het Beleg en natuurlijk het Ontzet van Leiden op 3 oktober 1574.
De lakenhandelaren leverden de balen stof af op het voorplein, alwaar de staalmeesters het keurden. In de grote gildezaal, ook wel Grote Pers genoemd, werden de balen voorzien van een loden zegel, als waarmerk: er zijn lakenloden gevonden in Indonesië, Zuid-Afrika en Amerika.

Op de buitenmuur van De Lakenhal zijn talrijke versieringen aangebracht die herinneren aan de lakennijverheid. De vijf reliëfs laten verschillende fases van de wolverwerking zien. Boven de toegangspoort staat een volmolen. De volmolen werd gebruikt bij het vollen van de stof: dit is het laten krimpen en vervilten van de stof. De rollen laken en knotten wol verwijzen ook naar de lakenindustrie. De lakennering liep na 1800 af om plaats te maken voor industriële textielproduktie. In de 19e eeuw werd De Lakenhal incidenteel gebruikt als noodhospitaal. In 1874 werd de stedelijke collectie 'voorwerpen van geschiedenis en kunst' in De Lakenhal ondergebracht en kreeg het gebouw een museale functie.