Interview bij Kunstroute 2026
Bij Pansee Atta wordt de Nijlgans een beschermgod van migranten
Door Jodie Keijner
Van wie is geschiedenis eigenlijk? Die vraag loopt als een rode draad door het werk van kunstenaar Pansee Atta. Geïnspireerd door het oude Egypte onderzoekt ze hoe erfgoed, mythologie en historische objecten nieuwe betekenissen krijgen in het heden. In haar werk ontmoeten eeuwenoude verhalen en actuele vragen over identiteit, migratie en representatie elkaar.
Pansee Atta werd geboren in Saoedi-Arabië, groeide op in Egypte en verhuisde rond haar tiende met haar familie naar Canada, waar ze studeerde en een groot deel van haar leven doorbracht. Sinds 2023 woont en werkt ze in Nederland. Al die plekken vormen samen haar identiteit, met in de kern Egypte. Niet het Egypte van sarcofagen in vitrines en Hollywoodfilms over Cleopatra, zegt ze, maar het Egypte zoals zij het kent: een land waar het verleden verweven is met het dagelijks leven, waar oude tempels midden in de stad staan en de piramides deel uitmaken van het uitzicht op weg naar je werk.
Achter het glas vandaan
De kloof tussen de stereotype representaties van Egypte en het land zoals het in werkelijkheid ervaren wordt door mensen die er wonen, is de motor achter bijna al haar werk. "Ik ben geïnteresseerd in hoe cultuur zich blijft ontwikkelen", vertelt ze. "Vaak doen we alsof geschiedenis iets statisch is, maar mensen blijven verhalen opnieuw interpreteren en gebruiken."
Een nieuw werk begint meestal bij een specifieke plek en de geschiedenis die daaraan vastzit. Ze duikt in de archieven van musea, leest intensief over de geschiedenis en gaat op zoek naar kwijtgeraakte of weggemoffelde verhalen. Voor haar bijdrage aan een recente groepstentoonstelling in TROEF, “What have we here?”, nodigde ze bezoekers uit om fragmenten uit de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden, gecombineerd met Nederlandse symbolen, zelf tot nieuwe hybride tekens en wezens samen te voegen. Zo werden een vogel, een gympje en een stuk hiëroglief een tempel met wieken van een windmolen. "Dit zijn niet alleen figuren om naar te kijken; je kunt ze aanraken, verplaatsen en je eigen maken."
Die interactiviteit is voor haar niet slechts een leuke bijkomstigheid, maar onlosmakelijk verbonden aan haar visie op het ervaren van kunst. Waar kunst en cultuur normaliter in musea van een afstand wordt getoond, onaanraakbaar achter glas, benadrukt Pansee het belang van actieve betrokkenheid, het opnieuw toe-eigenen van erfgoed en het gezamenlijk creëren van nieuwe betekenissen.
Hurma
Een belangrijk thema dat terugkeert in haar werk is het concept van hurma, een Arabisch begrip dat zich moeilijk laat vertalen naar het Nederlands. Het verwijst naar een combinatie van waardigheid, privacy en respect voor iemands lichamelijke en persoonlijke integriteit. Pansee verkende het concept voor haar onderzoek voor InHerit: heritage in transformation, een project van het Käte Hamburger Kolleg in Berlijn. Hiervoor gebruikte ze hurma om na te denken over de manier waarop musea omgaan met gemummificeerde menselijke resten.
Vandaag de dag wordt de mummie haast eerder gezien als een mythisch wezen dat in het rijtje van vampieren en weerwolven past, dan deel van een historisch ritueel dat een waardige afsluiting van het leven moest geven. "Het is makkelijk om te vergeten dat dit ooit een levend mens was, een lichaam dat met heel veel liefde en zorg is behandeld om toegang te krijgen tot het hiernamaals." Kunst, zegt ze, kan een manier zijn om een stukje van die waardigheid terug te geven – misschien door delen van het lichaam juist te verhullen in plaats van tentoon te stellen, of door de presentatievorm dichter te brengen bij hoe naasten de overledene ooit voor zich zagen. "Standaard museumpraktijk is daar vaak te koud voor. Misschien is dat waar mijn kunst binnenkomt."
Moderne goden
Hoewel Atta veel inspiratie haalt uit het verleden, gebruikt ze historische symboliek vaak om hedendaagse onderwerpen te onderzoeken. Zo werkt ze momenteel aan de creatie van een nieuwe god. Geen god uit een tempel of een museumvitrine, maar een god met een lange roze poot en een kastanjebruine vlek rond zijn oog: de Nijlgans. Het dier werd ooit als siergans voor particuliere tuincollecties naar Nederland geïmporteerd, maar ontsnapte en nestelt zich nu overal – op bermen langs de snelweg, in stadsparken, gewoon tussen de mensen in.
"Ik probeer het te zien als een soort moderne versie van een oude Egyptische god," zegt Pansee, "een beschermgod van migranten en diaspora." In het oude Egypte had de gans een religieuze betekenis en werd het dier verbonden met scheppingsverhalen en goddelijke krachten. In Nederland heeft dezelfde vogel inmiddels een heel andere rol gekregen. Voor Atta zit juist in dat verhaal een interessante parallel. De Nijlgans is tegelijkertijd vertrouwd en vreemd, oorspronkelijk en nieuw. Het is een dier dat zich heeft verplaatst, aangepast en een eigen plek heeft gevonden. Dat beeld, de gans als godheid van de stad, wordt het uitgangspunt voor haar bijdrage aan de Kunstroute.
Ruimte voor het nu
Pansee is nu ruim een jaar actief als kunstenaar in Leiden. Ze werkt vooral thuis aan haar kunst. Een van de voordelen hieraan voor haar is dat ze kan werken wanneer ze wil, al is het een half uurtje tussen de bedrijven door of wanneer inspiratie voor nieuw werk toeslaat. Haar werkproces begint vaak met historisch onderzoek. Zodra abstracte ideeën meer vorm aannemen, maakt ze via de computer digitale schetsen, die vervolgens tot werkelijkheid komen als driedimensionale objecten van canvas, verf, plastic en elektronica. Een vast medium gebruikt ze niet. "Ik heb geen voorkeur voor één specifieke techniek. Het gaat bij mij vooral om een verzameling ideeën."
Ondanks de grote musea en culturele instellingen in Leiden, was het voor haar best lastig om voet aan de grond te krijgen in de Leidse kunstscene. Ze ziet een merkwaardige tegenstelling in de stad: enorm veel culturele geschiedenis, de meeste musea per vierkante kilometer van Nederland, de geboorteplaats van Rembrandt en een plek die zich ook graag presenteert als een cultureel centrum – en tegelijk nauwelijks ruimte voor eigentijdse kunst. Naast TROEF, een tamelijk kleine tentoonstellingsruimte gelegen aan de Middelstegracht, zijn er nauwelijks plekken die zich aan hedendaagse, experimentele kunst wijden.
Waar haar carrière haar zal brengen, weet Pansee nog niet. Voorlopig verwacht ze echter in Nederland te blijven. Ze merkt dat musea hier vaak openstaan voor de discussie rondom de representatie van verschillende culturen, restitutie/repatriatie en erkenning van de geschiedenis. Tegelijk valt haar op dat het Nederlandse dekolonisatiedebat zich vooral richt op collecties en objecten uit de voormalige koloniën, en veel minder op materiaal dat weliswaar via koloniale structuren is verzameld, maar in gebieden waar Nederland zelf niet de koloniale macht was – zoals Egypte. "Daar is volgens mij nog ruimte voor mij om werk te verrichten."
Tijdens de Kunstroute is het werk van Pansee Atta te zien op het Rapenburg 49.