Home
Kunstroute Nieuws over de kunstroute

Interview bij Kunstroute 2026

Ongemakkelijke figuren en levendige beelden

Door Jodie Keijner

Al op de lagere school wilde Andries Boertien niet natekenen wat zijn leraar hem voorschreef, maar zelf verzinnen wat er op het papier kwam. Die eigenzinnigheid in de kunst is hij nooit kwijtgeraakt. In zijn werk verschijnen figuren, situaties tussen mensen en dromerige landschappen, opgebouwd uit potlood, inkt, krijt en gelaagde stroken tape. “Mijn werken zijn somber, maar met veel plezier gemaakt” schreef hij bij zijn aanmelding – een zin die de kern van zijn kunstenaarschap treffend samenvat.

Van boekenmaker tot beeldend kunstenaar

Andries is in Amsterdam geboren en heeft daarna op verschillende plekken in Nederland gewerkt en gewoond. Zo’n dertien jaar geleden verhuisde hij naar Leiden. Kunst is zijn leven lang al iets waar hij mee bezig is: hij volgde de Nieuwe Akademie in Utrecht, werkte beroepshalve in het grafisch vak en gaf ook jarenlang een literair tijdschrift vorm. Sinds februari heeft hij dat opdrachtwerk grotendeels losgelaten. “Ik wil me nu helemaal richten op de beeldende kunst.” In september daagt hij zichzelf opnieuw uit met een masterclass bij Drawing Inventions Academy. Bij ARS kent iedereen zijn werk inmiddels, en juist dat maakt hem soms onrustig. “Je moet jezelf voortdurend een beetje loskloppen” zegt hij. “Anders word je te tevreden met je eigen werk.” Juist daarom zoekt hij opnieuw de confrontatie met kritiek. “Anders word je zelf ook een beetje verliefd op je eigen werk.”

Foto: Patricia Nauta

Ongemak als beeldtaal

Wie door Andries’ werk bladert, ontmoet vooral mensen. Soms zijn het gezichten van dichtbij, soms groepen figuren die zich tot elkaar lijken te verhouden zonder elkaar echt te bereiken. Zijn laatste solotentoonstelling heette veelzeggend “Echt gezellig wordt het niet”. Daarin waren mensen in verschillende ongemakkelijke situaties onderling te zien, zoals aan tafel. “Dat vind ik interessant” legt hij uit. “Je zit bij elkaar, en je moet het met elkaar uithouden, want je kan niet weg. Daar zit spanning in, er gebeurt iets.” Hoewel zijn werken voor velen zo ogen, heeft Andries geen fascinatie voor het duistere op zich. “Als je kijkt naar de kunstgeschiedenis, naar de klassieke thema’s – het offer van Isaak, Simson wiens ogen worden uitgestoken – dat zijn geen fijne gebeurtenissen. Maar die schilderijen zijn wel heel levendig. Als alles braaf en gezapig is, valt er weinig te beleven.”

Naast de figuren maakt hij dystopische, bijna psychedelische landschappen, vaak in groter formaat. Ook gebruikt hij de laatste jaren steeds vaker wat meer kleur. Sindsdien ervaren bezoekers de werken ook als vrolijker en toegankelijker, al blijft er een zwaarte onder de oppervlakte zitten. Zijn belangrijkste inspiratiebronnen liggen in het Duitse expressionisme van het interbellum: Otto Dix, Emil Nolde, Ernst Ludwig Kirchner, Max Beckmann en Oskar Kokoschka. “Die mensen maakten werk dat niet zozeer is afgeleid van de werkelijkheid, maar van binnenuit komt. Het is heel erg psychisch geladen. Dat vind ik spannender dan realistische kunst.”

Foto: Patricia Nauta

Laag over laag, snee voor snee

Hoewel hij zo nu en dan ook schildert, noemt Andries zichzelf vooral tekenaar. “Schilderen is meer in vlekken. En daar moet je veel meer voor overhoop halen. Met een tekenboekje in de trein kon ik altijd door met maken.” Materiaalonderzoek is een vast onderdeel van zijn proces. De laatste tijd werkt hij veel met stroken gekleurde tape, laag over laag, die hij vervolgens met een scalpel inkrast. “Dan snijd ik erin en gaat er weer een nieuwe laag overheen. Dat is heel prettig werken.” Ook oud, afgekeurd drukwerk krijgt bij hem een tweede leven: papier met een gladde coatinglaag leent zich juist goed voor scherpe krassen. “Ik kijk altijd: wat kun je met het materiaal doen?” Dat het werk zichtbaar met de hand is gemaakt, vindt hij tegenwoordig extra belangrijk. “Ik vind het in de tijd van AI heel belangrijk dat je kunt zien dat iets echt handwerk is.”

Foto: Patricia Nauta

Intuïtief werken op zolder

Andries Boertien werkt inmiddels vrijwel iedere dag aan zijn kunst. Zijn dag begint rond half acht met de krant en een kop koffie, waarna hij zich terugtrekt op de zolder van zijn huis. Daar werkt hij aan een tafel, maar vaker nog geknield op een kussen op de vloer, omringd door stapels tekeningen, mappen en materiaal. Aan sommige werken is hij net begonnen, andere wachten al maanden of zelfs jaren op een volgende stap. Het begint met een grove keuze: een portret, een landschap, een situatie tussen figuren. Maar al snel laat hij zich leiden door het werk. “Ik begin eerst met wat tekenen” vertelt hij. “En dan zie ik al snel: het gaat die kant op. Dan reageer ik op de tekening.” Zijn manier van werken is sterk intuïtief. Nieuwe beelden ontstaan onderweg en figuren dienen zich vaak vanzelf aan. Bij een werk dat begon met een verwijzing naar Florence Nightingale verschenen gaandeweg bijvoorbeeld soldaten en oorlogsscènes, niet omdat ze vooraf waren bedacht, maar omdat de tekening er als het ware om vroeg. “Soms word je door de tekening uitgenodigd om die kant op te gaan.”

Die werkwijze betekent ook dat lang niet alles meteen afkomt. Zijn zolder ligt vol stapels onaffe tekeningen waar hij steeds weer bij terugkomt; soms loopt hij vast en legt hij een werk weg, om er maanden later met frisse ogen naar terug te keren. “Dan denk ik ineens: nu weet ik het.” Oude tekeningen krijgen zo soms jaren later alsnog een nieuwe richting. Veel van zijn tijd gaat daarom niet alleen naar het maken van nieuw werk, maar ook naar het herbekijken en heroverwegen van wat er al ligt. Zelfs een werk dat af lijkt, is voor hem nooit helemaal klaar. “Ik zeg wel eens: het is pas af als ik het verkocht heb.” Kunst maken is voor hem niet zozeer het uitvoeren van een vooraf bedacht idee, maar een voortdurend gesprek met zijn eigen werk.

Tijdens de Kunstroute is het werk van Andries Boertien te zien bij Ars Aemula Naturae op de Pieterskerkgracht 9a.