Interview bij Kunstroute 2026
Walter van Peijpe zoekt betekenis in ruimte en vorm
Door Jodie Keijner
Voor kunstenaar Walter van Peijpe begint een kunstwerk zelden met een leeg doek. Veel vaker ontstaat het vanuit een plek, een vraagstuk of een specifieke ruimte die om een antwoord lijkt te vragen. In zijn werk verkent hij de grenzen tussen schilderkunst, architectuur en installatiekunst. Vaak abstract, soms bijna mathematisch precies, maar altijd gedreven door dezelfde vraag: wanneer wordt een vorm méér dan alleen iets moois om naar te kijken
Een leven vol vormen
Walter is geboren in Leiden en groeide er op. In de jaren tachtig volgde hij de opleiding tot docent beeldende vorming, waar hij kennismaakte met uiteenlopende technieken, van schilderen en zeefdrukken tot lassen en ruimtelijk werk. Toch lag zijn interesse vooral bij het maken van kunst zelf, en minder bij het lesgeven. Toen een docent tijdens zijn stage vertelde dat hij naast het lesgeven nauwelijks tijd overhield om zelf te werken, besloot Walter dat pad niet te volgen. Na het afronden van zijn studie werkte hij voltijd als kunstschilder, met ateliers in Leiden en Antwerpen.
Nadat hij weer volledig terugverhuisde naar Leiden, meldde hij zich aan voor de Gerrit Rietveld Academie en werd hij daar aangenomen, waar hij zich specialiseerde in architectonische vormgeving. Hierna werkte hij een tijd als ontwerper. Hij had een eigen bureau en maakte onder andere meubels, ontwierp interieurs en deed grafisch werk. Sommige van zijn ontwerpen gebruikt hij zelf nu nog dagelijks. Zo is de tafel in de woonkamer een eigen ontwerp, opgebouwd uit verwisselbare bladen en constructieve oplossingen die rechtstreeks voortkomen uit zijn ontwerpachtergrond. Toch verdween de beeldende kunst in die periode naar de achtergrond. Een eigen bedrijf, een gezin en later ook de lokale politiek vulden zijn dagen.
Toen hij na twaalf jaar stopte als fractievoorzitter, begon Walter weer meer kunst te maken. Die stap gaf hem voor het eerst in jaren weer ruimte. “Ik had het echt wel gemist, om te gaan tekenen of schilderen” vertelt hij. Inmiddels schilderde hij in de eerste instantie om het plezier dat hij eraan beleeft, en was hij minder bezig met werk te maken voor galeries of verkoop. "Ik kon weer gaan maken wat ik zelf interessant vond." Met een paar schetsboeken en wat tubes acrylverf begon hij opnieuw. 's Avonds, als de rest van het gezin al sliep, maakte hij aan de keukentafel kleine werkjes."
Meer dan esthetiek
Die hernieuwde kennismaking met de kunst bracht Walter terug bij vragen die hem tijdens zijn studententijd al bezighielden. Een opmerking van een docent tijdens een beoordeling is hem altijd bijgebleven. Hoewel zijn techniek, kleurgevoel en composities sterk waren en het werk esthetische waarde had, bleef één vraag over: waar gaat het werk over? Dit zette Walter aan het denken en bracht hem ertoe zich te verdiepen in filosofie, mystiek en conceptuele kunst. Kunstenaars als Joseph Beuys, Piet Mondriaan en Blinky Palermo werden belangrijke inspiratiebronnen.
Die manier van denken bepaalt zijn werk nog steeds. Hoewel Walter zijn werk esthetisch waardevol vindt, is schoonheid voor hem nooit het einddoel. Hij zoekt naar kwaliteit, naar een werk dat iets oproept wat moeilijk onder woorden te brengen is. "Het moet iets mystieks hebben, iets waardoor het uitstijgt boven een gemiddeld schilderij," zegt hij.
Zijn schilderijen ontstaan vaak vanuit architectonische structuren, plattegronden, perspectieven of verhoudingen. Het idee komt eerst; de vorm volgt. Daarbij werkt Walter uiterst precies. Hij mengt zijn eigen kleuren, gebruikt pigmenten en brengt met tape strakke vlakken en lijnen aan. Dat nauwgezette proces spreekt hem aan. "Dan heb ik volledige controle over hoe het eruit komt te zien", zegt hij. Toch zoekt hij niet naar perfectie om de perfectie. Juist de kleine onregelmatigheden, de zichtbare sporen van het handwerk, zorgen ervoor dat een werk blijft leven.
Kunst die de ruimte verandert
Die conceptuele benadering komt misschien wel het sterkst naar voren in zijn installaties. Walter is meer geïnteresseerd in kunst die een ruimte transformeert dan in kunst die eenvoudigweg aan een muur hangt. Tijdens eerdere edities van de Kunstroute maakte hij werk waarin complete kamers onderdeel werden van het kunstwerk. Zo transformeerde hij twee vrijwel identieke zolderkamers in een verlaten pand aan het Rapenburg tot een installatie over waarneming. De ruimtes leken hetzelfde, maar verschillen werden pas zichtbaar op het moment dat vergelijken onmogelijk bleek. Daarmee verwees hij bovendien naar zijn ervaring als helft van een eeneiige tweeling.
Ook in het voormalige vrijmetselaarsgebouw aan de Steenschuur liet hij zich leiden door de locatie zelf. Omdat hij niets aan de muren mocht bevestigen, bouwde hij een grote open kubus die de historische zaal een nieuwe ruimtelijke betekenis gaf. Na het plaatsen van de kubus merkte hij dat de ingreep op zichzelf al krachtig genoeg was om de ruimte te activeren. Hij besloot de werken die hij initieel wilde tonen thuis te laten en slechts enkele zwart-witte werken te presenteren. Het werk sloeg goed aan bij het publiek. “Omdat het ook iets persoonlijks heeft, en tegelijk iets vervreemdends,” legt hij uit. Voor Walter zijn zulke projecten ideaal: werken die niet losstaan van hun omgeving, maar er volledig mee verweven raken.
Samen maken
Naast zijn kunstenaarschap geeft Walter les op het Leystede, een vmbo-school in Leiden. Dagelijks ziet hij leerlingen die vaak al vroeg te maken krijgen met maatschappelijke vooroordelen, maar tegelijkertijd verrassend creatieve oplossingen bedenken en onbevangen experimenteren met vorm en kleur. Voor de komende Kunstroute onderzoekt hij hoe dat creatieve potentieel zichtbaar gemaakt kan worden. In de Old School werkt hij aan een groot werk dat bestaat uit uitgeknipte cirkels afkomstig uit schilderopdrachten van zijn leerlingen. Individueel lijken het eenvoudige oefeningen in kleurmenging, maar samen vormen ze een collectief beeld. Tegelijk zoekt Walter nog naar de precieze vorm. Zoals zo vaak in zijn praktijk ontstaat het uiteindelijke werk pas in dialoog met de ruimte zelf.
Die interesse in de sociale kant van kunst komt ook terug in zijn werk voor Kunst op Recept. Als begeleider helpt hij deelnemers via creatieve opdrachten opnieuw plezier, structuur of verbinding te vinden. Tijdens zijn lessen draait het niet zozeer om het leren van bepaalde technieken, maar om het experimenteren en het ontplooien van je eigen creativiteit. Veel belangrijker zijn nieuwsgierigheid, aandacht en het proces van maken zelf. Soms leidt zo'n traject zelfs tot langdurige contacten.
Voor Walter ligt de waarde van kunst niet in een eenduidige boodschap of een vast verhaal. Veel belangrijker vindt hij de vragen die een werk oproept. Of hij nu schildert, een installatie bouwt of werkt met zijn leerlingen, steeds onderzoekt hij hoe vorm, ruimte en betekenis zich tot elkaar verhouden. "Waarom heeft het ene kwaliteit en het andere niet? Dat vind ik een interessante vraag." Die zoektocht vormt nog altijd de kern van zijn kunstenaarschap.
Tijdens de Kunstroute is het werk van Walter van Peijpe te zien in Old School aan het Pieterskerkhof 4A.