Home
tentoonstellingen

Vanaf 27 september 2022 t/m 8 januari 2023

Presentatie

De moord op Musius

Wanneer we denken aan Leidens Ontzet, denken we aan de overwinnaars. Zij hebben immers geschiedenis geschreven. Veel minder weten we over de oorlogsmisdaden, waaronder de moord op Cornelis Musius (1500-1572). Kom er alles over te weten in de nieuwe presentatie in de Schuilkerk in het museum.

Het jaar 1572 is het begin van de ‘geboorte van Nederland’. Het markeert het begin van de Opstand van de Nederlanden tegen de Spaanse overheersing: een keerpunt in de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648). In dit jaar sloot Leiden zich aan bij de Opstand tegen Spanje onder leiding van Willem van Oranje. De oorlog die daarop volgde duurde uiteindelijk 80 jaar. De protestanten streden tegen de katholieken. Dankzij een brief van Willem van Oranje weten we over de wrede moord in Leiden op de bejaarde priester Cornelis Musius (1500-1572). Een vergrijp dat duidelijk maakt dat beide kampen tot gruwelijke daden in staat waren.

In de Schuilkerk in Museum De Lakenhal lees, hoor en zie je meer over het leven en de dood van Musius. Zo is de brief van Willem van Oranje te horen, ingesproken door de Leidse burgemeester Henri Lenferink.

Over de moord op Musius

Cornelis Musius was de laatste rector van het Agathaklooster in Delft, het nonnenklooster dat Willem van Oranje in november 1572 als residentie en Prinsenhof koos. Uit angst dat Van Oranje hem niet langer zou kunnen beschermen, besloot Musius op 9 december te vluchten. Nog diezelfde dag werd hij door een geuzenmilitie opgepakt en naar het hoofdkwartier van geuzenleider Lumey aan het Pieterskerkhof in Leiden gebracht. De dag daarop werd hij urenlang verhoord en gepijnigd. Er is geen verslaglegging van dit ‘scherpe verhoor’ bewaard gebleven. Latere geruchten verhalen dat Musius informatie over verborgen kerkschatten achterhield of dat hij van plan was Willem van Oranje te verraden en te vergiftigen. Wat daarvan waar is zullen we waarschijnlijk nooit weten. Zeker is dat de priester in de nacht van 10 op 11 december op bevel van Lumey werd opgehangen op de blauwe steen voor het stadhuis en een langzame en helse dood stierf. Vrijwel onmiddellijk ontstond rondom Musius een katholieke martelaarsverering.